Voorbeeld

O., 13 jaar oud

Leerling (leeftijd): O (13 jaar).
Klasseverloop: 1 – 2 – 3 – 3 (gedoubleerd) – 4 – 5 – 6 – 7 – 8.
School: vmbo-T
Gezinssamenstelling: vader, moeder, 4 kinderen (13, tweeling van 9 jaar, 3 jaar).

 

Indicering

O is volgens de school een middelmatige leerling, maar in groep 8 gaan zijn schoolprestaties meetbaar achteruit. Op de entree-toets heeft hij vmbo-T gescoord. Ook O’s gedrag wordt problematischer: hij is regelmatig brutaal, scheldt en laat zich nauwelijks corrigeren. O wordt getypeerd als een charismatische leiderfiguur, die door zijn postuur (O is relatief groot) in combinatie met zijn onaantastbare houding veel invloed heeft op zijn klasgenoten, vooral op de jongens. Ze volgen hem en proberen zijn gedrag te imiteren. De leerkracht heeft in de klas last van O en zijn groep. O geeft aan niet bewust te zijn van het probleem.

 

De thuisomgeving

O heeft relatief betrokken ouders. Vooral moeder gelooft in het maatschappelijk effect van goed onderwijs. Ze is bezorgd over de kwaliteit van het onderwijs van deze school; vooral de competenties van de leerkrachten trekt ze in twijfel. Een jongere zus van O is om die reden van de school gehaald. Vader werkt in een restaurant en moeder geeft in het weekend Arabische les aan kinderen. Moeder is ambitieus. Hoewel zij slecht Nederlands spreekt is zij toch in staat om haar meningen en opvattingen over het onderwijs over te brengen.

 

De intake

Bij de intake voor het OER-programma zijn de ouders aanvankelijk niet erg enthousiast. Ze zijn bang dat O gestigmatiseerd zal worden en een ‘Bureau Jeugdzorg’-stempel zal krijgen. Aanvankelijk hebben ze het idee dat de OER aan Bureau Jeugdzorg is gekoppeld. Voorts zijn ouders overtuigd dat de problemen van O vooral bij de school liggen. Ze geven aan hun eigen kind als geen ander te kennen: als het hen al niet lukt om O te sturen in zijn gedrag en schoolprestaties, wie dan wel?

 

Uitslag OER-assessment

Uit het assessment blijkt dat ouders met 70% relatief goed scoren op het competentiedomein Regelmaat en Structuur; hoe hoger het percentage, hoe beter de score. Op de andere competentiedomeinen valt hun score beduidend lager uit: Visie en Inzicht in School en Leren 30%, Pedagogische Visie en Inzicht 40%,  Stressbestendigheid 30%,  Inzicht Kennis en Maatschappij 40%, Visie en Inzicht in Belonen en Straffen 50%. Op basis van deze uitslag wordt, in samenspraak met ouders, het handelingsplan opgesteld. Het handelingsplan is gebaseerd op de instructies per milieu. In aansluiting op de scores op het assessment wordt het accent gelegd op de kennisinfrastructuur van het gezin.

 

Uitvoering en activering

Na het assessment en de intake ontstaat bij ouders steeds meer vertrouwen in de OER-consulent én het OER-programma. Naarmate het traject vorderde groeit het enthousiasme bij zowel de kinderen als de ouders. Vader past zijn werk aan op het wekelijkse bezoek van de OER-consulent. Ouders houden zich aan de strakke planning van de OER-methodiek en de gemaakte afspraken. Zo bereidt moeder de gezinsvergaderingen voor en zit ze deze ook voor. Voorafgaand aan elke gezinsvergadering dient elk gezinslid een agendapunt in in een speciaal daarvoor ingestelde gezinspostbus. De consulent werkt opdrachtgericht. Zij maakt concrete afspraken met het gezin, bijvoorbeeld over een wekelijks bezoek aan de bibliotheek, huiswerkbegeleiding, contacten met school, actieve informatievoorziening betreffende school en maatschappij en de registratie van de dagelijkse gezinsactiviteiten.

 

Het resultaat

Na drie maanden intensieve begeleiding en een enorme inzet van ouders gaat het zienderogen beter met O, zowel thuis als op school. Zijn prestaties gaan enorm vooruit en in de klas stelt hij zich prosociaal op. Bij de terugkomdagen blijkt dat O is uitgegroeid tot een van de beste leerlingen van de school en zelfs een vwo-advies krijgt. Ouders melden hem aan op het Atheneum in Amsterdam Centrum.