Procesevaluatie

Betrokkenen bij de eerste tranche van de OER – van ouders tot scholen tot zorginstellingen – zijn zonder uitzondering positief. De belangrijkste vaste en werkzame bestanddelen van de methode zijn, zo blijkt onder meer ook uit een procesevaluatie:

  • Inzoomen op kansen, niet op problemen: de leerpotentie en maatschappelijke mogelijkheden van het kind als aangrijpingspunt voor het versterken van opvoedingscompetenties van ouders.
  • Laagdrempeligheid: vertrekpunt is school, geen hulpverlening.
  • Benutten van eigen kracht en sociale veerkracht bij ouders en kinderen.
  • Doorbreken van achterstandssituatie door focus op kennisinfrastructuur (intergenerationeel).
  • Ouders op positieve toon aanspreken op hun handelingsverlegenheid en verantwoordelijkheid inzake het leerproces van hun kind.
  • Verbinding en afstemming tussen primaire, secundaire en tertiaire opvoedingsmilieu (integrale aanpak).
  • Focus op kinderen en ouders uit achterstandsgebieden, die de weg naar ondersteuning onvoldoende weten te vinden: daar valt grootste winst te boeken.
  • Breed, gedegen en steeds verder verfijnd assessment, met daaraan gekoppeld concrete handelingsinstructies en –tools.
  • Goed opgeleide en getrainde OER-consulenten op HBO+ niveau.