Compententiemeting

De Onderwijsraad heeft in 2002 een advies geschreven waarin zij aangeeft dat competenties vanuit diverse invalshoeken kunnen worden gedefinieerd. Het internationale perspectief, de theoretische invalshoek en dat de definitie toegekend wordt middels opgebouwde casuïstiek.

Competentie is een internationaal begrip, maar de betekenis ervan verschilt in de diverse landen. Ook het leertheoretisch kader van waaruit een definitie wordt geformuleerd kleurt de omschrijving. Volgens de opvatting die ten grondslag liggen aan “de OER” wordt het begrip competentie als volgt omschreven: Een competentie of bekwaamheid betreft het vermogen om op basis van aanwezige kennis, vaardigheden en houdingen adequaat te handelen in beroeps- c.q. praktijksituaties. Daarnaast is het van belang het vermogen om keuzes en beslissingen die tijdens dat handelen gemaakt worden te kunnen verantwoorden en er op te kunnen reflecteren. Centraal in deze definitie staat het tonen van adequaat gedrag, gekoppeld aan concreet handelen. Hierbij staan (zelf)verantwoordelijkheid, zelfsturing en ontwikkeling van het lerend vermogen van het kind centraal. Als we verder onze omschrijving van competenties nader bekijken dan worden kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd.
Competentie vormt aldus een complex geheel van kennis, vaardigheden en attitudes, normen en waarden, rolopvattingen en subjectieve concepten.